Goedkope ateliers voortaan uitgerust met prikklok

Kunstenaars die een atelier huren via de gemeente of een woningcorporatie, moeten vanaf volgend jaar in- en uitklokken. Gesubsidieerde ateliers in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam worden daarom met een prikklok uitgerust. Op deze manier willen de gemeenten de ‘in- en output’ van ateliers gaan meten.

De nieuwe regeling is voortgekomen uit overleg met Platform BK, de belangenvereniging voor kunstenaars. “We hebben er begrip voor dat corporaties liever geld verdienen aan die mooie atelierruimtes door er commercieel vastgoed van te maken”, legt een woordvoerder uit, “maar onderzoek dan eerst of er in die ateliers misschien toch iets gebeurt.”

Naast aanwezigheid wordt straks op output gecontroleerd: voor elk kunstwerk dat het atelier verlaat dient een online formulier ingevuld te worden, met naast een korte inhoudelijke omschrijving onder meer afmetingen, gewicht, gebruikte materialen, hoe lang eraan gewerkt is en de geschatte waarde. De gegevens zijn in te zien door de kunstenaar zelf, de ouders van de kunstenaar en omwonenden van het atelier. Met die informatie kunnen vervolgens interessante data-analyses gemaakt worden, volgens Platform BK: “De gemeente gaat onderzoeken wat de economische effecten zijn: heeft meer tijd in het atelier besteden bijvoorbeeld een nog positiever effect op de huizenprijzen? Dan kan daar vervolgens een minimum aan gesteld worden.”

Performance- en videokunstenaars hebben al bezwaar gemaakt tegen deze procedure: “Als ik ben ingelogd met m’n DigiD zie ik allemaal invulvelden die voor mij niet van toepassing zijn”, meldt een verontruste performancekunstenaar aan Platform BK. Zo vraagt hij zich af of hij nu voorafgaand aan elke performance zijn lengte en gewicht moet doorgeven: “Ik heb niet eens een weegschaal!”

Museumplein introduceert: enkelticket

Om te voorkomen dat bezoekers op één dag meerdere musea aandoen, introduceren de musea aan het Museumplein in Amsterdam vanaf 1 september het ‘enkelticket’. “Het idee is voortgekomen uit frustratie”, legt Françoise Puikbeen van het Van Gogh Museum uit. “Voor de kunstwerken en de museummedewerkers is het beledigend als mensen voortdurend in- en uitwandelen. We noemen dat hier het ‘draaideurbezoek’, een grote bron van irritatie, ook voor het Rijksmuseum en het Stedelijk.”

Het enkelticket wil traag museumbezoek belonen, ook financieel. Puikbeen: “Per bezoeker ontvangen we ongeveer 23 euro subsidie, dus we kunnen gerust tien euro geven aan degene die langer wil blijven.” Het gaat om bezoekers die zich een dag committeren aan één museum. “Minstens vijf uur lang”, zegt Puikbeen. De samenwerkende musea kozen voor de naam ‘enkelticket’ om aan te geven dat het om een enkel museum gaat en bovendien verwijst het woord naar de enkelband die in TBS-klinieken met succes wordt toegepast. “De techniek achter het enkelticket is vergelijkbaar”, aldus Puikbeen.

Tafeltennissers op het Museumplein reageren enthousiast op het initiatief: “Kan ik er ook een voor mijn beide enkels krijgen?”, vraagt Mirte Rugnerf, bloemstylist in opleiding. “Twintig euri, dat zijn toch weer drie pakjes rooie Gauloises.” Student Vrijetijdskunde Snoef Johnson wil ook best zo’n enkelticket, “als ze tenminste gratis WiFi hebben in die musea, ik heb wel een start-up te maintainen.” Alleen Marja Bensdorp van den Flasakker, gepensioneerd endocrinoloog, vindt het enkelticket ‘enigszins aanmatigend’: “Kunst kijken vergt tijd, veel tijd, dat weet toch iedereen? Ik heb in Museum de Fundatie laatst twaalf uur onafgebroken voor een Ans Markus doorgebracht, en nóg begrijp ik haar werk niet helemaal.”

Op de vraag of ook het MOCO deelt in het enkelticketsysteem, reageerde Puikbeen met: “Het wattes? Ik heb géén idee waar u het over hebt!”