Kunstcritici gematigd kritisch over kunstkritiek

21_Critici

Vooruitlopend op het zoveelste debat over kunstkritiek, morgenavond in Amsterdam, vroeg FC Kunst een aantal gerenommeerde kunstcritici om de kunstkritiek van vandaag de dag te recenseren. Ze blijken behoorlijk gematigd kritisch.

“Sorry, maar zijn jullie serieus?!”, buldert NRC-kunstcriticus Hans den Hartog Jager aan de andere kant van de lijn. “Kunstkritiek bestaat in Nederland toch helemaal niet meer. Het draait alleen nog maar om soundbites en oneliners. Mensen schrikken tegenwoordig al van een recensie van 400 woorden. Dat kan je geen kunstkritiek meer noemen. In het gemiddelde buurtcafé hoor je genuanceerdere meningen over kunst. Ik ben dus best kritisch op de kunstkritiek ja. Maar ik wil haar ook weer niet helemaal afserveren, het is toch ook een beetje mijn broodwinning. Dus ik zeg: drie ballen.”

Jhim Lamoree klaagt juist over geld, de snedige stukjes die hij voor de website van Vrij Nederland schrijft, leveren volgens de kunstcriticus ‘niet eens genoeg op om mijn Italiaanse loafers van in de wax te kunnen zetten’. Lamoree: “Kunstcritici debatteren hier veel te weinig over, er wordt sowieso te weinig over kunstkritiek gedebatteerd. Daarom geef ik drie sterren. Maar veel liever had ik er negen of meer gegeven: het wordt hoog tijd dat recensenten eindelijk eens per ster betaald gaan krijgen.”

Henny de Lange, kunstcriticus bij Trouw, zweert bij kort en krachtig. “Toen ik vlak na de oorlog de journalistiek in ging, keek men niet op duizend woorden meer of minder, dat sloeg echt nergens op”, vertelt ze. “Kranten waren ook nog zo groot als abri-posters, kun je je dat voorstellen?! Nee, geef mij maar online, Facebook, Twitter, you name it, daar ligt toch de toekomst. Ik vermaak me enorm op Snapchat. Dan plak je ergens gewoon vijf sterren op en roep je dat iedereen in de Randstad verdomme een keer de trein moet pakken. Dat hoefde je vroeger niet te proberen. Dus de kunstkritiek is er wel plezieriger op geworden. Alleen jammer dat de meeste critici zo achter blijven, ik heb het gevoel dat ik als enige op Tinder zit. Daarom zeg ik: drie sterren.”

Jan De Cock nieuwe columnist NRC Handelsblad

Schermafbeelding 2016-02-17 om 16.23.19

De Belgische kunstenaar Jan De Cock gaat columns schrijven voor NRC Handelsblad. Dat liet hoofdredacteur Peter Vandermeersch gisteravond weten via Twitter: “Jan De Cock, welkom! Binnenkort in uw NRC #kunstcolumns #JDC #jenesuispasplusfragile”. De columns van De Cock zullen in de plaats komen van de columns van Georgina Verbaan en Youp van ‘t Hek. Vandermeersch verklaart: “Geen enkele lezer kon die twee columnisten nog van elkaar onderscheiden, tijd voor een nieuw geluid.”

Het aantreden van De Cock als stercolumnist van de krant is een reactie op het ‘burgermanifest’ van de kunstenaar, waarin hij zijn beklag doet over ‘het doodzwijgen van cultuurproducenten’ door de media en ‘de strategie om duizenden paginas (sic) en minuten te spenderen aan vreemdelingen die het land binnenstromen, maar geen seconden meer over hebben voor onze inlandse culturele elite, wij vreemden’.

Vandermeersch ziet hierin bevestigd wat hijzelf al langere tijd dacht: “Ik had het zelf kunnen schrijven, zo’n manifest, als ik een borrel op zou hebben bijvoorbeeld. Maar daar heb ik het helaas te druk voor omdat ik zo vaak bij De Wereld Draait Door moet aanschuiven om de Eerste Wereldoorlog uit te leggen.” Wat hij er zo goed aan vindt? “Als Jan schrijft dat het resultaat van de vele golven van restyling binnen de media een fiasco is, dan kan ik dat alleen maar beamen. Kijk maar naar het vernieuwde Parool, dat ziet er gewoon niet uit. En laten we niet vergeten: het analoge is aan de kant geschoven voor het digitale, ondanks de wetenschap dat negatief-positief pellicule de enige overlevende drager is, ook daarin heeft Jan absoluut een punt.”

Dat De Cocks tirade ietwat onbeholpen is geschreven en volgens menigeen ‘kant noch wal’ raakt, deert Vandermeersch geenszins. “Johan Cruijff schrijft in zijn wekelijkse columns voor de Telegraaf tamelijk seniele onzin, die niemand begrijpt, maar waar iedereen het vervolgens wél de hele tijd over heeft. Die JC-rol als voetbalorakel zie ik bij NRC weggelegd voor JDC, maar dan voor kunst.”

De Cock weet al precies waar zijn eerste column over zal gaan: “Ik ga mij allereerst eens rigoureus kwaad maken over het feit dat Vandermeersch mij benaderde voor deze job. Daarna zal ik hem, en alle onnozele NRC-lezertjes erbij, faliekant geven wat ze willen: kitsch, esthetische verwaarlozing, fokking maatschappelijke marginalisatie van de kunsten met prijsdalingen als gevolg voor echte schoonheid!”