Stedelijk Museum krijgt eigen vleugel in verzorgingshuis

37_Stedelijk dependance

Als reactie op de pittige kritiek van Jhim Lamoree in Vrij Nederland opent het Stedelijk Museum een dependance in het Ramses Shaffy Huis, een nieuw woon- en werkcentrum voor oudere kunstenaars dat half juni in Amsterdam in gebruik wordt genomen. Stedelijk-directeur Beatrix Ruf: “We moeten meer vooruit kijken in plaats van achterom, daarin heeft Lamoree helemaal gelijk. Vandaar dat we meteen deze nieuwe stap hebben genomen.”

Het Stedelijk Shaffy Bureau Amsterdam (SSBA) wordt de opvolger van het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA), de projectruimte voor jong talent die deze zomer haar deuren zal sluiten. “Natuurlijk is het zo dat Jan Dibbets en Rudi Fuchs het Stedelijk aan de rand van de afgrond hebben gebracht”, vervolgt Ruf, “en inderdaad zou je het onterecht kunnen noemen dat zij de komende tijd in de museumzalen geëerd worden. Dat zal in de toekomst dan ook niet meer gebeuren. Kunstenaars en ex-museumdirecteuren ouder dan 65 mogen straks alleen nog exposeren in het SSBA.”

Lamoree juicht de plannen voor het SSBA toe: “Ook al kijk ik natuurlijk liever achteruit. Maar goed, ik ben zelf ook geen jonge Adonis meer, dus ik leef ergens best wel mee met die ouwe knarren die telkens maar weer hetzelfde trucje blijven herhalen. Ikzelf scheld ook al decennialang op het Stedelijk, zo heeft ieder zijn ding, weet je.”

Liesbeth List, een van de initiatiefnemers van het Ramses Shaffy Huis, is verheugd dat het museum in het project is gestapt: “We wilden dit heel graag en hebben er lang met Jhim over gesproken hoe we het Stedelijk zover zouden kunnen krijgen. Ik wist dat het zou gaan lukken, maar niet dat er maar één rottig stukje in VN voor nodig was!”

Kunstcritici gematigd kritisch over kunstkritiek

21_Critici

Vooruitlopend op het zoveelste debat over kunstkritiek, morgenavond in Amsterdam, vroeg FC Kunst een aantal gerenommeerde kunstcritici om de kunstkritiek van vandaag de dag te recenseren. Ze blijken behoorlijk gematigd kritisch.

“Sorry, maar zijn jullie serieus?!”, buldert NRC-kunstcriticus Hans den Hartog Jager aan de andere kant van de lijn. “Kunstkritiek bestaat in Nederland toch helemaal niet meer. Het draait alleen nog maar om soundbites en oneliners. Mensen schrikken tegenwoordig al van een recensie van 400 woorden. Dat kan je geen kunstkritiek meer noemen. In het gemiddelde buurtcafé hoor je genuanceerdere meningen over kunst. Ik ben dus best kritisch op de kunstkritiek ja. Maar ik wil haar ook weer niet helemaal afserveren, het is toch ook een beetje mijn broodwinning. Dus ik zeg: drie ballen.”

Jhim Lamoree klaagt juist over geld, de snedige stukjes die hij voor de website van Vrij Nederland schrijft, leveren volgens de kunstcriticus ‘niet eens genoeg op om mijn Italiaanse loafers van in de wax te kunnen zetten’. Lamoree: “Kunstcritici debatteren hier veel te weinig over, er wordt sowieso te weinig over kunstkritiek gedebatteerd. Daarom geef ik drie sterren. Maar veel liever had ik er negen of meer gegeven: het wordt hoog tijd dat recensenten eindelijk eens per ster betaald gaan krijgen.”

Henny de Lange, kunstcriticus bij Trouw, zweert bij kort en krachtig. “Toen ik vlak na de oorlog de journalistiek in ging, keek men niet op duizend woorden meer of minder, dat sloeg echt nergens op”, vertelt ze. “Kranten waren ook nog zo groot als abri-posters, kun je je dat voorstellen?! Nee, geef mij maar online, Facebook, Twitter, you name it, daar ligt toch de toekomst. Ik vermaak me enorm op Snapchat. Dan plak je ergens gewoon vijf sterren op en roep je dat iedereen in de Randstad verdomme een keer de trein moet pakken. Dat hoefde je vroeger niet te proberen. Dus de kunstkritiek is er wel plezieriger op geworden. Alleen jammer dat de meeste critici zo achter blijven, ik heb het gevoel dat ik als enige op Tinder zit. Daarom zeg ik: drie sterren.”