FC Kunst checkt: is sport echt het tegenovergestelde van kunst?

102_FC Kunst checkt_is sport echt het tegenovergestelde aan kunst

De poging van minister Bussemaker om met de beleidsbrief ‘Cultuur verbindt’ de relatie tussen kunst en sport zichtbaar te maken, is faliekant mislukt. Dit gaf de demissionaire minister zelf toe tijdens een besloten pre-kampioenschapslunch op de Nederlandse ambassade, in het bijzijn van Dirk Kuyt, Giovanni van Bronckhorst en kunstenaar Bob van Persie, de vader van Robin. “Sport en kunst zijn twee uitersten,” legde Bussemaker uit, “en nooit zullen ze samenkomen. Ik heb er mijn best voor gedaan, maar het is niet anders.”

Reden voor FC Kunst om de stelling te checken: ‘Sport is het tegenovergestelde van kunst.’

Klinkt geloofwaardig, want: ooit een marathonloper, profvoetballer of dwergwerper gezien die kunst maakte dan wel regelmatig een museum frequenteerde? Nee toch? Sterker nog, volgens de door ons geraadpleegde literatuur betekent het voor een sporter gemiddeld genomen ‘einde carrière’ wanneer hij of zij een interesse in kunst begint te tonen. Daar zijn tragische voorbeelden van te geven.
Andersom zagen we mensen wel degelijk fanatiek juichend door de tentoonstelling van Seth Price rennen. Maar dat bleken Rietveld-studenten en een verdwaalde Groene-recensent, geen normale mensen dus, en zeker geen sportliefhebbers. Flora Steenkist uit Aerdenhout verwoordt het op haar Facebook-pagina heel overtuigend: “Bah, alweer Sjampions Leage op tv. Ik haat sporten, en op tv kan ik het ook niet aanzien, bah! Meer kunst gvd!”

“Sport is emotie en kunst is, tja, kunst”, schrijft neurowetenschapper Dick Swaab in het voorwoord van zijn boek Ons brein weet niks van kunst, dat voorjaar 2018 verschijnt. Ook het competitieve aspect, zo kenmerkend voor sport, ontbreekt bij kunst volledig, aldus Swaab: “De vier genomineerden voor de Prix de Rome zijn alle vier vrouw, denk je dat het dan nog uitmaakt wie er wint?”

Alles overwegend beoordelen wij van FC Kunst de stelling ‘sport is het tegenovergestelde van kunst’ voor 67% waar. Maar hé, verschil moet er zijn, toch?

Jet Bussemaker: tegen sabotage en doping op kunstacademies

Kwasten

Met de eindexamens in zicht maakt OC&W-minister Jet Bussemaker haar jaarlijkse ‘peptalktour’ langs de Nederlandse kunstacademies. Volgens de minister is het een van haar belangrijkste taken: “Die kinderen kunnen echt wel een oppepper gebruiken. Ik zie dat ze bijna allemaal het SER-rapport hebben gelezen en zich, terecht, grote zorgen maken om hun toekomst.”

Volgens Bussemaker is de sfeer op de academies ‘nog grimmiger’ dan ze gewend is. In haar toespraak benadrukte ze dat sabotage, hoewel het jarenlang is gedoogd, eigenlijk niet is toegestaan. Bussemaker vertelde de studenten: “We kennen natuurlijk allemaal de verhalen van Wim T. Schippers die in Ger van Elks schoenen piste, zodat Van Elk op vieze sokken zijn eindexamen moest afraffelen, maar dat soort gedrag is eigenlijk niet in orde.”

Via de opleidingscoördinatoren kreeg Bussemaker ‘sterke signalen’ dat het aantal meldingen van sabotage sinds de bezuinigingen van Halbe Zijlstra is toegenomen. Een van de schrijnendste gevallen werd bekend als ‘het performance incident’, dat plaatsvond op de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam in 2013. Toen studeerde Boris Verbeeck af met heel mooie en verkoopbare abstracte schilderijen van een paar vierkante meters per stuk.

Verbeeck vertelt telefonisch vanuit het callcenter waar hij werkt: “Tijdens de eindexamenexpositie kwam een belangrijke galeriehouder de schilderijen bekijken. Juist op dat moment ging een medestudent onaangekondigd een naakte performance doen, precies voor mijn grootste doek!” De medestudent, die geen ervaring in performancekunst had, maar kennelijk wel aanleg, wordt inmiddels door de galeriehouder vertegenwoordigd. Verbeeck verkoopt tegenwoordig heel redelijk geprijsde vitrage en overgordijnen via de telefoon.

Een andere zorg van Bussemaker is het gebruik van doping op de academies. Een groot aantal kunststudenten leeft op goedkope energydrinks, alcohol en sigaretten. Dat levert volgens de minister een ‘oneerlijke voorsprong’ op ten opzichte van studenten die een burgerlijk dieet volgen. Om dit aan de kaak te stellen laat zij de kantines van de kunstacademies nakijken door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het onderwerp doping ligt nog zo gevoelig dat ze er in haar toespraak geen aandacht aan heeft besteed. “Misschien doe ik dat volgend jaar,” mijmert ze, terwijl ze charmant een trekje van haar sigaret neemt en in één teug haar rode port achterover klokt.