Was Rembrandt een honden- of poezenmens?

Opnamedatum: 2011-11-08

FC Kunst mocht alvast de proefdruk lezen van ‘Biografie van een rebel’, het boek over de jonge jaren van Rembrandt, waar schrijver Onno Blom de afgelopen zeven jaar aan heeft gewerkt. De biografie, volledig geschreven in de droge naald techniek, verschijnt 15 februari bij de tentoonstelling ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum.

Rembrandt was veel meer dan onze grootste schilder, blijkt uit de uitputtend gedocumenteerde biografie. Tegendraads als hij was, was hij in alles zijn tijd ver vooruit. Zo hield hij van smaakjesthee en Punica, en was hij dol op kokosmakronen en vrieslolly’s. Rembrandt hield van gezelligheid: op feestdagen haalde hij steevast de sjoelbak en het gourmetstel van zolder. Hij prefereerde de step boven de fiets en was voorstander van de elektrische auto. In zijn vrije tijd deed hij aan badminton en hij kon enorm goed figuurtjes maken van vingertouw. 

Een van de verrassendste uitkomsten van deze biografie is dat Rembrandt meer een honden- dan een poezenmens blijkt te zijn geweest. Jan Six en Ernst van de Wetering waren tot nog toe altijd overtuigd van het omgekeerde. Blom beschrijft echter uitgebreid hoe Rembrandt herhaaldelijk zielige straathondjes mee naar huis sleepte. Tot ergernis van zijn vrouw Saskia die kampte met hevige allergieën. Het stel had wel een goudvis.

Blom heeft overigens nergens bewijs kunnen vinden dat Rembrandt de eerste Instagrammer was, zoals Taco Dibbits beweert. Hij schrijft: ‘Uit de archieven valt alleen op te maken dat Rembrandt mogelijkerwijs een early adopter was van Hyves.’

Piet Mondriaan was niet kaal

81_mondriaan

Piet Mondriaan was in werkelijkheid niet kaal, hij bedekte zijn krullenbol met een huidkleurige badmuts, omdat dat beter paste binnen het neoplasticisme. Dit onthult Mondriaan-kenner Hans Janssen van het Gemeentemuseum Den Haag in zijn nieuwe biografie Piet Mondraan: een nieuwe kunst voor een ongekend leven, die eind deze maand verschijnt.

De ontdekking past in een reeks onthullingen waaruit blijkt dat Mondriaan eigenlijk een zeer frivool en warmbloedig type was. Samen met het Gemeentemuseum strijdt Janssen al jaren tegen het beeld dat Mondriaan een hoekig en seksloos figuur was. Daarbij worden kosten noch moeite gespaard. Inmiddels draait het museum op de zalen waar Mondriaans hangen voortdurend jazz op hoog volume en krijgen museumbezoekers bij de garderobe ongevraagd het Vrouwenkwartet in hun jaszak gestopt.

Mondriaan begon met het bedekken van zijn haardos toen hij in Parijs zat. Hij geneerde zich voor zijn ‘organische’ krullen, schrijft Janssen, maar omdat hij geen abstracte kapper kon vinden, besloot hij ‘le look chauve’ na te bootsen met een badmuts, die hij in zijn eigen huidtint schilderde. Voordeel was dat hij tijdens het hard-boppen in jazzclubs alsnog lekker met de haren kon zwiepen, door de badmuts van zijn hoofd te trekken. Die goot hij volgens de overlevering geregeld vol met Bourbon, om ‘m vervolgens joyeus te laten rondgaan.

Janssen deed de ontdekking toen hij Mondriaans migrantenpas onder ogen kreeg, die was aangemaakt toen de kunstenaar in de VS aankwam. “Op de boot was zijn badmuts afgewaaid, heel tragisch”, vertelt Janssen. “We hopen nog altijd dat dat rubberen ding een keer ergens aanspoelt, dus mag ik via jullie even een oproepje doen aan alle strandjutters van Nederland?”