Art Rotterdam weert rode stippen

van nelle vooraanzicht

De bekende rode stip, het stickertje dat galeriehouders naast een kunstwerk plakken om aan te geven dat het betreffende werk verkocht is, zal dit jaar nergens te zien zijn op Art Rotterdam. De nieuwe hoofdsponsor van de internationale kunstbeurs, het boekingsbureau Rocket Agency & Events, heeft bedongen dat de rode stip vervangen wordt. Fons Hof, directeur van Art Rotterdam, licht telefonisch toe: “Kunst is entertainment, dat realiseren de mensen zich onvoldoende. En we wilden die entertainment-factor en ook de connectie met de Rotterdamse cultuurgeschiedenis in deze editie net wat breder uitrollen.”

Ter vervanging van de rode stickertjes krijgen galeriehouders kleine plakplaatjes met het hoofd van Lee Towers. De groene stip, die aangeeft dat iemand een optie op een werk heeft, wordt vervangen door een stickertje met het hoofd van Bart Chabot.

Een aantal galeries heeft aangegeven het niet eens te zijn met dit nieuwe protocol en is het gelegenheidscollectief ‘NO STICKER, NO GLORY’ begonnen. Juliètte Jongma, van de gelijknamige galerie uit Amsterdam, heeft besloten uit protest verschillende kleuren kauwgom te gebruiken om aan te geven welke werken verkocht zijn. Galerie Dürst Britt & Mayhew uit Den Haag kiest voor My Little Pony-plakplaatjes en de Amsterdamse Galerie Fons Welters zorgt voor stickers van boerderijdieren. Fons Welters: “Toevallig heb ik thuis lades vol liggen, ik begon ze al te verzamelen toen ik nog landbouwer was in Munstergeleen. Ik kan er eindelijk eens mijn woede mee uiten.”

Hof reageert: “Het is puur gekissebis, heel typisch voor de Nederlandse kunstwereld om meteen zo’n kliekje te vormen. En kinderachtig is het ook. Het is maar afwachten of ze volgend jaar wel door de ballotage komen, ik kan ook heel kinderachtig zijn als het nodig is.” Volgens Hof zijn de buitenlandse deelnemers veel inschikkelijker: “Zij begrijpen die entertainment-factor beter, al kennen ze Lee Towers meestal niet.”

Lee Towers, een van de graag geziene VIP’s van de beurs, laat via zijn management, Rocket Agency & Events, weten blij te zijn dat er eindelijk een beetje reuring is op Art Rotterdam, want “met alleen een rijkdom aan jonge kunst en een uitgebalanceerde mix van commerciële en niet commerciële presentaties onderscheid je je als kunstbeurs echt niet van je vermiljonairde buitenlandse concurrenten.”

Daan Roosegaarde maakt innovatieve ballenbak voor de Kunsthal

AMSTERDAM-KROKUSVAKANTIE-BALLENBAK

De Kunsthal in Rotterdam krijgt per 1 maart een innovatieve ballenbak. De installatie Bouncing Balls Revisited van Daan Roosegaarde bevat balletjes gemaakt van gerecycled plastic gevuld met nucleair afval. Mariëlle Waalzijde, hoofd marketing en communicatie van de Kunsthal: “Een museumbezoek draait tegenwoordig al lang niet meer om de kunst, het is een experience geworden, een totaalbeleving. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen hier een zeer verstorende werking op hebben. Mensen van wie de kinderen toch zijn meegekomen, bieden wij nu een bijzondere faciliteit om hen tijdelijk op te vangen.”

Bouncing Balls Revisited is Roosegaardes meest recente innovatie: “Radioactiviteit inspireert mij enorm, altijd al, alleen had ik nooit eerder de link gelegd met de jeugd. Maar de jeugd heeft de toekomst, dus eigenlijk is dit totaal vanzelfsprekend.” De balletjes zijn met de hand vervaardigd in een fabriek in Bangladesh die speciaal is ingericht om weeskinderen een zinnige dag- en nachtbesteding te geven, ze zijn gemodelleerd naar de kunstenaar. Roosegaarde: “Nucleair afval wordt nog altijd een beetje gezien als het pukkelige eendje onder de afvalsoorten. Geheel ten onrechte. Na een bezoek aan Bouncing Balls Revisited zullen kinderen nog minstens 79 uur licht geven, hartstikke handig in het donker.”

Bezoekers van de Kunsthal hoeven niet te vrezen dat hun audiotours voortaan door huishoudelijke ballenbak-mededelingen worden verstoord. Waalzijde: “De kinderen zijn na afloop op te halen in de gift shop. Je krijgt ze terug wanneer jij wilt. Als je rekening houdt met de wensen van het kind creëer je narcisten en verstoor je bovendien de totaalbeleving.” Ouders die bang zijn dat hun kroost per ongeluk een balletje inslikt, stelt Roosegaarde graag gerust: “Ikzelf doe iedere ochtend plutoniumvlokken door mijn muesli en ik douche al jaren met gammastralen. In het laboratorium bleek dat het verouderingsproces in mijn lichaam compleet is stilgevallen. Geniaal toch?!”

Jasper Krabbé vertegenwoordigt Nederland op de Biënnale van Venetië

Schermafbeelding 2016-01-28 om 10.14.22

Jasper Krabbé is gekozen tot curator van het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2017. Zo bericht het Mondriaan Fonds. De timing van het nieuws is opvallend, want voorstellen voor het Nederlandse paviljoen konden volgens eerdere berichten nog tot einde van de maand worden ingediend. Het voorstel van Krabbé is volgens het Mondriaan Fonds echter ‘zo amazing’ dat het al unaniem is aangenomen.

Krabbé treedt op als curator én als kunstenaar. Speciaal voor de Biënnale zal hij nieuwe werken realiseren, geïnspireerd op zijn eigen, eerdere werk en dat van René Daniëls. Zo ontstaat er behalve een ‘unieke artistieke dialoog’ ook een ‘nieuwe Nederlandse canon’, aldus Krabbé in zijn voorstel. Birgit Donker, directeur van het Mondriaan Fonds: “In mijn zes jaar als directeur heb ik een jury nog nooit zó enthousiast zien reageren. Aernout Mik begon te fist-pumpen, Mirjam Westen zette een wave in en Lorenzo Benedetti en Nathalie Hartjes vlogen elkaar van puur enthousiasme in de armen.”

Het beschikbare budget à 450.000 euro heeft Krabbé inmiddels op zijn ABN Amro bankrekening ontvangen, meldt de kunstenaar. Krabbé: “Tja, wat moet je erover zeggen… Hier kan ik eigenlijk heel weinig mee, want ik wil natuurlijk wel dat Matthijs de boel gaat openen. Misschien kan ik er net de openingsact van Charles Aznavour van betalen.” Op de vraag of hij vereerd is dat hij Nederland mag vertegenwoordigen in Venetië, antwoordt Krabbé: “Gaat wel.”

‘Appel rotzooide wel degelijk maar wat aan’

Appel_web
Een van de naar schatting tachtig ‘originele schetsen’ van Appel gemaakt door Geert Jan Jansen

De kwaliteitsmedia in Nederland zijn het erover eens: het hardnekkige idee dat Karel Appel ‘maar wat anrotzooide’, zoals hij zelf in een interview met Jan Vrijman ooit verkondigde, kan voorgoed de prullenbak in. Volgens de Volkskrant, NRC Handelsblad en Het Parool laat het Gemeentemuseum in Den Haag aan de hand van schetsen overtuigend zien dat Appel wel degelijk voorstudies maakte voor zijn zo spontane en kinderlijke schilderijen. ‘Net zoals elke goede kunstenaar’ (NRC) dacht Appel heus wel na voor hij wat deed.

“Klinkklare nonsens”, beweert nu meestervervalser Geert Jan Jansen. Vanuit zijn huidige residentie, Kasteel Beverweerd, vertelt hij: “Appel kon misschien wel een aardige boblijn knippen, fatsoenlijk schilderen kon hij echt voor geen meter.” Volgens Jansen slaat het Gemeentemuseum een lelijke flater door het tonen van de voorstudies: “Kom op zeg, Appel was daar echt niet toe in staat. Ik heb die schetsen allemaal eigenhandig gefabriceerd, geen kunst aan verder. Dat kleine spul deed het verdomd lekker op de markt.”

Jansen is niet bang dat er nieuwe rechtszaken tegen hem zullen worden aangespannen. “Welnee, het zal me de bout hachelen. Ik lul me overal toch wel weer uit, weet je.” Het gaat hem om het principe: “Wat Appel deed, kan ieder kind van drie ook. Die waarheid moet gewoon eens boven tafel!” Bewonderaar Ivo Niehe sluit zich hierbij aan: “Als er iets uit die tekeningen blijkt, is het wel dat Jansen zijn vak als vervalser als geen ander verstaat. De verbe ‘anrotzooien’ komt niet voor in zijn vocabulaire.” Volgens Niehe werd Jansen bij het maken van de schetsen bijgestaan door zijn kleine nichtje, die toentertijd drie jaar oud was. Zij was niet beschikbaar voor commentaar.

Sjarel Ex: ‘Ik ben Bas Jan Ader’

strand aanspoelen
Eiland in de Stille Zuidzee. Het strand op de foto is niet per se het strand dat genoemd wordt in het artikel. Foto © AFC

In een laatste poging de beroemde films van Bas Jan Ader voor zijn museum te behouden, beweert Sjarel Ex, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, dat hij zelf de sinds 1975 verdwenen kunstenaar is. Ex: “We zijn nooit samen gesignaleerd, dus niemand kan bewijzen dat dat niet waar is.” Volgens Ex, die op 6 januari van een rechter te horen kreeg dat hij de films spoedig aan de weduwe van Ader terug moet geven, leed hij al die tijd aan geheugenverlies. Nu komt alles echter terug: de bijna-fatale zeiltocht, de schipbreuk en hoe zijn leven verder ging, terwijl zijn naasten dachten dat hij dood was.

Ex: “Ik herinner me dat ik op een strand aanspoelde, een baard had en als enige gezelschap een volleybal die ik ‘Wilson’ noemde.” De directeur weet dat het een beetje raar klinkt, zegt hij, maar het staat hem allemaal heel helder voor de geest: “Ik zie het gewoon weer voor me, in high definition zelfs.” Ex zegt dat hij nu pas begrijpt waarom hij de films zo graag wil houden. “Die hele rechtszaak, het feit dat ik niemand anders die films toevertrouwde, ik begrijp nu precies wat mij werkelijk dwarszat. En ik ben zeker van plan weer verder te gaan met kunst maken. Zo snel mogelijk eigenlijk, als we deze juridische rompslomp achter de rug hebben.”

Na de periode met Wilson leefde Ex enige tijd ‘onder water’ met kleine wezentjes die hij ‘Snorkels’ noemt. Met hun hulp vond hij zijn weg naar Utrecht, waar hij vanaf 1976 kunstgeschiedenis ging studeren. “Ik zou die wezentjes eigenlijk nog eens willen bedanken. Mochten ze dit toevallig lezen, zouden ze dan contact met me willen opnemen?”

 

Annet Gelink Gallery wordt coffeeshop

Gelink-coffeshop_02_small
Op 14 januari werd de nieuwe gevel van de galerie onthuld, foto: Bert-Jan de Rooij

Op verzoek van dagblad Trouw berekende onderzoeksbureau Intraval onlangs dat de gemiddelde coffeeshop ongeveer 1,7 miljoen euro per jaar omzet. Reden voor galeriehouder Annet Gelink om het roer drastisch om te gooien en in softdrugs te gaan dealen. Gelink: “Om mijn kunstenaars te onderhouden heb ik meestal dertig planten op m’n balkon staan, dus die stap is eigenlijk helemaal niet zo groot.”

Overigens verandert niet de gehele galerie in een coffeeshop. De drugs zullen worden verkocht vanuit The Bakery, de voormalige projectruimte in de kelder. Op de begane grond blijft Gelink kunst tonen. “Ik hoop op die manier af en toe nog wat aan drugstoeristen te verkopen,” aldus de kersverse coffeeshophouder.

Gelink is niet de eerste galerieruimte die naar alternatieve inkomstenbronnen zoekt. Naar verluidt zal Fons Welters’ Playstation deze zomer Nutella-wafels en schepijs gaan verkopen om in te spelen op de groeiende vraag. Galeriehouder Martin van Zomeren houdt het voorlopig wel bij kunst. Zijn lucratief-bedoelde uitstapje naar het exploiteren van bierfietsen van zomer 2013 staat hem nog vers in het geheugen: “Ik moedig deze experimenten van harte aan, maar ben dolbij dat ik van die klotedingen af ben.”

Beatrix Ruf blijkt kunstwerk Tino Sehgal

Beatrix Ruf © Robin de Puy
Beatrix Ruf © Robin de Puy

Een jaar lang werd de bezoeker van het Stedelijk Museum in Amsterdam verrast en opgeschrikt door onverwachte performances, bedacht door de Duits-Engelse kunstenaar Tino Sehgal. Zijn retrospectief ‘A year at the Stedelijk’ leek echter voorbij na de uitvoering in december 2015 van This occupation (2005) en Instead of allowing some thing to rise up to your face dancing bruce and dan and other things (2000).

Niets is minder waar. Uit een uitgelekte interne e-mailcorrespondentie is gebleken dat Beatrix Ruf, de artistiek directeur van het Stedelijk, óók een kunstwerk is van Sehgal. Ruf heet eigenlijk This batlike director II (2014) en is door Sehgal uit een ruime groep vrijwilligers geselecteerd om de rol van directeur tot eind 2016 in te vullen. Daarna keert Ann Goldstein gewoon weer terug op haar post.

Bij het aanstellen van Ruf als nieuwe directeur was de Raad van Toezicht op de hoogte van Sehgals intenties. De Raad van Toezicht blijkt nu namelijk óók een kunstwerk van Sehgal. Marie-José Raven, woordvoerster van het museum, geeft een korte toelichting: “De Isa Genzken-tentoonstelling komt ook uit de koker van Sehgal, net als de tentoonstelling van Seth Siegelaub. De meeste medewerkers van het museum zijn feitelijk vrijwilligers, uitvoerig geïnstrueerd door Sehgal. Alleen ikzelf en bibliothecaris Willem van Beek zijn officieel in dienst.”

Sehgal was niet beschikbaar voor commentaar, evenmin als Ruf, aangezien haar reactie niet onderdeel uitmaakte van het van tevoren overlegde script waar al haar handelingen tot december dit jaar aan voldoen.