Goedkope ateliers voortaan uitgerust met prikklok

Kunstenaars die een atelier huren via de gemeente of een woningcorporatie, moeten vanaf volgend jaar in- en uitklokken. Gesubsidieerde ateliers in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam worden daarom met een prikklok uitgerust. Op deze manier willen de gemeenten de ‘in- en output’ van ateliers gaan meten.

De nieuwe regeling is voortgekomen uit overleg met Platform BK, de belangenvereniging voor kunstenaars. “We hebben er begrip voor dat corporaties liever geld verdienen aan die mooie atelierruimtes door er commercieel vastgoed van te maken”, legt een woordvoerder uit, “maar onderzoek dan eerst of er in die ateliers misschien toch iets gebeurt.”

Naast aanwezigheid wordt straks op output gecontroleerd: voor elk kunstwerk dat het atelier verlaat dient een online formulier ingevuld te worden, met naast een korte inhoudelijke omschrijving onder meer afmetingen, gewicht, gebruikte materialen, hoe lang eraan gewerkt is en de geschatte waarde. De gegevens zijn in te zien door de kunstenaar zelf, de ouders van de kunstenaar en omwonenden van het atelier. Met die informatie kunnen vervolgens interessante data-analyses gemaakt worden, volgens Platform BK: “De gemeente gaat onderzoeken wat de economische effecten zijn: heeft meer tijd in het atelier besteden bijvoorbeeld een nog positiever effect op de huizenprijzen? Dan kan daar vervolgens een minimum aan gesteld worden.”

Performance- en videokunstenaars hebben al bezwaar gemaakt tegen deze procedure: “Als ik ben ingelogd met m’n DigiD zie ik allemaal invulvelden die voor mij niet van toepassing zijn”, meldt een verontruste performancekunstenaar aan Platform BK. Zo vraagt hij zich af of hij nu voorafgaand aan elke performance zijn lengte en gewicht moet doorgeven: “Ik heb niet eens een weegschaal!”